|
|
|
Rosbiefbuideltjes op
kreeftengelei |
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
2 bl gelatine
2 mespunt gehakte knoflook
2 st gehakte sjalot
150 ml Gewürztraminer
150 ml visbouillon
30 g kreeftenpasta
4 druppels pastis of Pernod
zout, witte peper
2 st stevige meloen
200 ml rode port
150 g aardbeien
48 bieslooksprieten
500 g rosbief
zout
witte peper
fijngeknipte bieslook
groene peperbolletjes
2 st stokbroden
|
|
| Bereiding: |
|
Braad de rosbief
±
25 minuten op een matig vuur. Laat afkoelen een snijd er tenminste
24 , zo groot mogelijke, plakjes van.
Week de gelatine in ruim koud water. Kook de gehakte knoflook en de
gehakte sjalot in de Gewürztraminer. Zeef het vocht en voeg er de
visbouillon bij.
Breng dit opnieuw aan de kook. Verwarm de kreeftenpasta op een klein
vuur tot deze romig is.
Voeg, als de binding begint te ontstaan, de bouillon toe.
Neem de pan dan van het vuur en los er de uitgeknepen blaadjes
gelatine in op. Voeg de pastis of Pernod toe en breng het op smaak
met zout en witte peper.
Stort de massa op een platte schaal en zet het ca. 5 minuten in de
koeling. Schep nu een spiegeltje saus op 12 kleine bordjes en laat
het verder afkoelen.
Steek uit de meloen 72 bolletjes en marineer die in de rode port.
Snijd de aardbeien in blokjes van ½ bij een ½ cm. Blancheer de
bieslooksprieten gedurende 30 seconden in kokend water en koel ze
dan direct in ijswater. Vorm van de rosbieflapjes een buideltje en
vul dat met 3 gemarineerde meloenbolletjes en blokjes aardbei. Bind
het buideltje met twee bieslooksprieten dicht.
|
| Serveren: |
|
Leg twee buideltjes op
het spiegeltje van elk bordje, bestrooi dat licht met zout en een
draai witte peper uit de molen. Garneer het met een beetje
fijngeknipte bieslook, verse groene peperbolletjes en wat stokbrood. |
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
12 st asperges AA1 (±
600 g)
100 ml droge witte wijn
1 stukje foelie
6 bl gelatine
20 st gamba's
50 ml zonnebloemolie
7 bladen paksoi
120 ml room
36 sprietjes bieslook
Saus
100 g uien
100 g prei
gambapantsers
1 teen knoflook
50 ml olijfolie
15 g tomatenpuree
50 ml cognac
100 ml droge witte wijn
200 ml visfond
200 ml room
|
 |
| Bereiding: |
Schil de asperges. Maak
een fond van de schillen, witte wijn, 300 ml water, foelie en zout.
Laat 20 minuten trekken. Zeef het vocht en laat de asperges erin
garen.
Haal de asperges uit het vocht en laat uitlekken en bewaar ze in de
koeling tussen theedoeken. Laat aspergevocht reduceren tot 200 ml.
Week intussen de gelatine 10 minuten in ruim koud water.
Knijp de gelatine goed uit en los op in de fond - van het vuur af.
Breng op smaak met zout en peper. Zet koel weg.
Pel de schaaldieren. (Bewaar de pantsers voor de saus.) Ontdarm de
staartjes en snij ze in de lengte door. Bak ze in de olie. Laat ze
uitlekken op keukenpapier en bestrooi ze met zout en peper.
Blancheer de paksoibladeren enkele seconden in ruim kokend water en
spoel ze meteen koud. Laat ze uitlekken op een theedoek.
Klop de room op en spatel door de hangende aspergegelei.
Spoel de terrinevorm om en bekleed met plasticfolie. Bekleed met
paksoi, laat de bladen flink overhangen. Doe eerst wat aspergegelei
in de vorm, dan 3 asperges, dan 10 halve scampi, enz. Als de vorm
gevuld is de bladen erover dicht vouwen en in de koeling zetten.
Saus
Maak uien en prei schoon, was de prei. Snij de ui in brunoise en de
prei in dunne ringen. Spoel de pantsers goed schoon en hak ze fijn.
Maak de knoflook schoon en snij er dunne plakjes van en fruit die in
de olie, voeg de tomatenpuree toe. Laat even meefruiten. Voeg ui
prei en pantsers toe en fruit weer. Flambeer met de cognac. Voeg
wijn en fond toe en breng aan de kook. Laat 20 minuten trekken.
Zeef het geheel en laat inkoken tot 100 ml. Laat afkoelen.
Klop de room dik vloeibaar en roer er de ingekookte fond door. Breng
op smaak met zout en peper
|
| Serveren: |
|
Snij de terrine met een warm mes in 12 plakken. Schep wat saus op
een klein bord. Leg er een plak terrine in. Garneer met wat sprieten
bieslook |
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
1 st ham van ca. 1½ kilo, zonder been en vacuüm verpakt
7 st eieren
1 bos peterselie
750 g krielaardappeltjes
boter
70 st asperges A-1
Hollandaise-saus
245 gr boter
8 st witte peperkorrels
6 el water
4 el kruidenazijn
4 st eierdooiers
3 citroen, het gezeefde sap
zout
witte peper
cayennepeper
|
 |
| Bereiding: |
|
Leg de ham in een grote, passende pan en vul deze met water van
80°C. Zorg dat het water 2 a 3 cm boven de ham staat. Houd het water
op een warmplaat tegen de 80°C en laat de ham ca. 2 1/2 uur
pocheren. Steek na 2 uur een vleesthermometer door de verpakking
tot de punt in de kern zit. Het gaatje dat u in de vacuümverpakking
maakt moet net boven het pocheervocht zitten, daar anders de zak
volloopt met water. Laat de vleesthermometer daar nu zitten. De
uiteindelijke kerntemperatuur moet ca. 66 - 68°C zijn.
Kook de eieren hard, verwijder de schaal en scheid het eiwit van de
eierdooier.
Hak beide apart grof.
Hak het peterselieblad fijn en zet de helft apart.
Borstel de krielaardappeltjes schoon en kook ze net gaar. Laat ze
afkoelen en sauteer ze,
net voor het opdienen, in boter met de helft van de apart gezette
peterselie (zie boven).
Schil de asperges met een dunschiller. Kook ze beetgaar.
Hollandaisesaus
Klaar voor de saus de boter en zet die warm weg.
Plet de witte peperkorrels en doe ze in een pannetje met het water
en de kruidenazijn. Laat de vloeistof tot de helft inkoken. Koel dit
snel af. Giet de ingekookte azijn via een fijne zeef in een au
bain-marie pannetje, voeg de eierdooiers toe en blijf kloppen tot de
massa gaat binden.
Giet dan, onder voortdurend kloppen, de geklaarde boter met een dun
straaltje bij de eierdooiers. Blijf kloppen tot u een mooie emulsie
hebt. Voeg het citroensap toe. Breng de saus op smaak met zout,
witte peper en wat cayennepeper.
|
| Serveren: |
|
Snijd, net voor het opdienen, de ham in plakjes van 2 tot 3 mm dik.
Leg 5 asperges op een warm bord. Leg wat plakjes ham naast de
asperges. Garneer het gehakte eiwit en de gehakte eierdooiers over
de asperges. Leg rechts van de asperges wat hollandaise-saus.
Garneer met wat krielaardappeltjes en bestrooi het gehakte ei met
wat gehakte peterselie
|
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
Krokant
140 g amandelen
140 g poedersuiker
aluminiumfolie
olie, om in te vetten
Taartbodem
boter, om in te vetten
bloem, gezeefd
5 st eieren
280 g suiker
1 zakje vanillesuiker
75 g boter, gesmolten
280 g bloem, gezeefd
Confiture
4 blaadjes rode gelatine
280 g aardbeienconfiture
140 ml water
1 tl. allesbinder
wat water
Vulling
4 bl witte gelatine
70 ml melk
140 ml room
28 g suiker
mespuntje zout
1 st vanillestokje, opengesneden
1,5 st eierdooier
14 g allesbinder
800 g aardbei
Tweede laag
140 ml room
20 g suiker
Saus
40 g suiker
30 ml water
140 g frambozencoulis
Garneren
wat room + suiker
200 g aardbeien, zonder groen
¼ van het krokant, zie boven
|
|
| Bereiding: |
|
Hak voor het krokant de amandelen grof. Karameliseer de
poedersuiker, in een pannetje met een dikke bodem, op een laag vuur.
Doe er dan de gehakte amandelen bij en laat ze wat mee bruinen.
Stort de massa op een met olie ingevet aluminiumfolie en strijk het
glad. Laat het afkoelen en maal het vervolgens klein.
Taartbodem
Verwarm een oven voor tot 160°C. Vet voor de taartbodem een
springvorm van 26 cm Ø licht in met boter en bestuif met wat bloem.
Klop de eieren met de suiker en de vanillesuiker op, tot de massa
wit is. Roer er dan snel de gesmolten boter en ¾ van de krokant (zie
boven) door en daarna snel de gezeefde bloem. Vul de springvorm met
het deeg en bak het in de voorverwarmde oven in 30 a 35 minuten af.
Confiture
Week voor de confiture de rode gelatine in ruim koud water. Verwarm
de aardbeienconfïture met het water.
Maak van de allesbinder met wat water een papje en voeg dat bij de
confiture.
Knijp de gelatine uit en voeg die toe. Laat het, onder af en toe
roeren, afkoelen.
Vulling
Week voor de vulling de witte gelatine in ruim koud water. Doe de
melk, room, suiker, zout en vanillestok¬je in een pan en laat de
suiker smelten. Sla de eierdooier met de allesbinder en 50 ml van
het melkmengsel lobbig. Breng de rest van hel melkmengsel aan de
kook ( 80°C)
Nadat het gekookt heeft, het vanil¬lestokje verwijderen en, van het
vuur af, het eierdooier-mengsel er door roeren. Laat het, al
roerend, 1 minuut tegen de kook gaan. Voeg nu de uitgeknepen
gelatine toe. Laat het onder af en toe roeren afkoelen.
Was de aardbeien en laai ze uitlekken. Laat aan 14 kleine aardbeien
het groen zitten en houd die apart. Verwijder bij de rest het groen
en halveer de aardbeien.
Snijd de taartbodem overlangs in 3 even dikke plakken. Verdeel de
aardbeien in 2 gelijke porties.
Leg het onderste deel van de bodem op een plank en verdeel een deel
aardbeien aaneengesloten over de bodem. Als u over¬houdt, die
aardbeien klein snijden en de laag egaal maken. Bekleed de rand van
de springvorm met bakpapier en zet deze vorm om de bodem op de
plank. Bestrijk de aardbeien met de afgekoelde aardbeien-confiture
en strijk deze glad. Druk hierop de middelste laag taartbodem. Sla
de room met de suiker stijf. Houd hiervan 5 eetlepels apart en
spatel de rest door de vanillecrème. Verdeel over de tweede laag het
andere deel aardbeien zoals over de eerste.
Verdeel hierover de vanillecrème en strijk die glad. Druk daarop de
laatste taartbodem en bestrijk die met de achtergehouden room. Zet
het geheel in de koeling tot aan het serveren.
Kook voor de saus de suiker met het water 2 minuten. Haal de pan van
het vuur en voeg de frambozencoulis toe.
|
| Serveren: |
|
Sla wat room met een beetje suiker stijf. Verwijder de springvorm.
Spuit met een spuitzak met gekarteld mondstuk een mooie rand op de
taart.
Druk hierin de 14 achtergehouden aardbeien met het groen naar boven
en bestrooi het midden met het krokant. Snijd de taart nu in 12
punten. Plaats elke punt in het midden van een klein bord. Schik op
een speelse wijze een piramide van aardbeien aan de punt van elk
taartje. Giet over de aardbeien wat frambozensaus en garneer met een
toefje slagroom
|
|