|
|
|
Salade met
gemarineerde en gerookte garnalen |
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
60 st ongepelde, rauwe, grote garnalen
6 el sinaasappelmarmelade
4 tn knoflook
6 tl geraspte gemberwortel
7 el rijstwijnazijn
3 el sesamolie
1 mespunt cayennepeper
200 g gemende sla
3 el witte balsamico
2 tn knoflook
2 el sesamolie
10 el olijfolie
vers gemalen witte peper
300 g Hollandse garnaaltjes voor garnering
2 st granaatappels
2 el niet te zwaar geurende houtmot voor de rookoven.
1 st stokbrood
|
 |
| Bereiding: |
|
Was de garnalen en laat ze goed uitlekken. Roer marmelade,
uitgeknepen teentjes knoflook, geraspte gemberwortel, azijn,
sesamolie en cayennepeper door elkaar.
Bestrijk hiermee de garnalen en zet ze tot gebruik afgedekt in de
koeling.
Leg ze op een ingevet rooster van de rookoven en rook ze 3-5 min. Ze
moeten roze geworden zijn.
Dressing:
Maak een dressing van de witte balsamico, uitgeknepen teentjes
knoflook, sesamolie, olijfolie en witte peper
|
| Serveren: |
Verdeel de sla over de
borden. Besprenkel met de dressing en verdeel de gerookte garnalen
er over.
Garneer met de Hollandse garnalen en granaatappelpitjes.
Serveer met wat schijfjes stokbrood
|
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
Basisbouillon
3 flessen appelcider 750 ml.
2 st prei
1 st winterpeen
2 st ui
5 blaadjes laurier
3 stukjes foelie.
½ bos peterselie
½ bos selderij
peperkorrels gekneusd
Soep
2 st sjalot
90 g boter
60 g bloem
Garnituur
3 sneden casino wit, oud
75 g magere spekblokjes
200 g belegen boerenkaas
2 st appels
½ st citroen, sap ervan
250 ml room
peper zout
|
 |
| Bereiding: |
Basisbouillon
Was de groenten en snij klein. Zet alles op met de appelcider en
breng aan de kook
Laat een ½ uur trekken. Passeer de bouillon.
Soep
Pel en snipper de sjalot. Smelt 35 g boter in een ruime pan. Fruit
daarin zachtjes de gesnipperde sjalot tot ze glazig is. Doe er al
roerende de bloem bij. Laat 3 min. garen op laag vuur. Giet
geleidelijk en steeds roerend de ciderbouillon in de pan.
Laat de soep een kwartiertje zachtjes koken.
Soepgarnituur
Verwijder de korsten van het brood, snijd het brood in blokjes. Laat
zo nodig wat drogen in de oven. Verhit 20 g boter in een koekenpan
en bak hierin de spekjes knapperig. Schep ze uit de pan en laat op
keukenpapier uitlekken. Bak de blokjes brood in het boter-spekvet
rondom bruin laat uitlekken op keukenpapier. Schil de appels en snij
het vruchtvlees brunoise. Besprenkel met citroen om verkleuren te
voorkomen.
Smelt het restant boter in een schone koekenpan en bak hierin de
stukjes appel goudgeel
Schep ze op een bord. Rasp de kaas.
Vlak voor het serveren de soep opwarmen en de geraspte kaas in
gedeelten bij de soep doen. Blijf roeren tot de kaas gesmolten is en
roer tot slot de room door de soep. De room moet op kamertemperatuur
zijn. Breng op smaak met peper en zout
|
| Serveren: |
Schep de soep op de voorverwarmde borden.
Strooi over de soep het garnituur van spekjes, croutons en appel.
|
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
6 st ganzenborstfilets met vel
zout, witte peper
60 g boter
Ganzenleverboter
25 g boter
50 g ganzenlever
25 g bloem
Sinaasappelsaus
2 st sjalotten
150 ml Monbazillac
300 ml (bloed)sinaasappelsap
2 takjes tijm
4 st witte peperbolletje, geplet
300 ml kippenfond
300 ml kalfsfond
Haricots verts
500 g haricots verts
24 plakjes bacon
zout
Stroaardappeltjes
1000 g vastkokende aardappels
125 g boter
peper zout
100 g rucola
2 st grote sinaasappelen
|
 |
| Bereiding: |
|
Bestrooi de ganzenborstfilets met zout en peper en braadt ze om en
om goudgeel aan.
Neem de filets uit de pan en laat ze in een tot 175 °C voorverwarmde
oven 10 tot 12 min. doorgaren.
Snijd het vel en het vet van de borsten, en bak de borsten net voor
het uitserveren, in een koekenpan kort af.
Sinaasappelsaus
Giet voor de sinaasappelsaus het braadvet van het eerste gebraad uit
de pan met zo nodig nieuwe boter en voeg de fijngehakte sjalot toe.
Fruit deze kort aan en blus af met de Monbazillac wijn en het
sinaasappelsap. Laat wat inkoken Voeg dan tijm, peperbolletjes,
kippen en kalfsfond toe.
Laat de saus weer inkoken en monteer ze tegen het uitserveren met de
ganzenleverboter.
Zeef de saus en breng op smaak
Snijd de partjes van de sinaasappels uit de vliezen en zet apart.
Ganzenleverboter
De boter, bloem en lever koud mixen met magimix of staafmixer.
Vorm daar balletjes om de sinaasappelsaus te binden.
Stroaardappeltjes
Schil de aardappelen en maak er met de mandoline stro- of
luciferaardappeltjes van.
Spoel ze een paar keer en zet ze in ijswater.
Voor gebruik, dep ze droog en doe ze in een kom. Bestrooi royaal met
peper en zout.
Verhit boter en olie in een grote pan en leg daar bergjes aardappel
in en druk ze iets aan. Bak ze 8-10 min. keer ze en bak nog eens 5-6
min. neem ze uit de pan en houd ze warm.
Haricots verts
Kook de haricots verts in water en zout beetgaar en laat afkoelen.
Maak 24 bosjes en omwikkel ze met de bacon.
Voor serveren even opbakken in de boter, zodat spek lekker knapperig
wordt.
|
| Serveren: |
|
Snijd de ganzenborst in heel dunne tranches. Bedek de bovenkant van
het bord met wat rucola. Schep op de onderste helft van de rucola
wat saus en daarop het getrancheerde vlees. Misschien nog even met
de zout en pepermolen over het vlees.
Garneer met schijfjes sinaasappel. Verdeel over de onderkant van het
bord de aardappelkoekjes en de boontjes.
|
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
Soufflé
2000 g goudrenetten
8 st eierdooiers wit zie hieronder!!!
100 g suiker
100 g gemalen amandelen
2 el maïzena
8 st eiwitten !!!!!
4 el suiker
boter
Appeltartaar
2 st grote appels (b.v. elstar)
50 g stemgember
50 g gehakte walnoten
2 el appellikeur of calvados
50 g in likeur of calvados geweekte gele rozijnen
snufje kaneel
poedersuiker
24 blaadje munt
1 st citroen
|
|
| Bereiding: |
|
Soufflé
Oven op 200 °C. Goudrenetten wassen en in aluminiumfolie verpakken,
(glimmende kant binnen). Op een rooster in midden van voorverwarmde
oven zetten, ca 30 min.
Appels uit de folie halen, af laten koelen en met een lepel het
vruchtvlees uit de schil halen. Pureren met de blender.
Eierdooiers met suiker schuimig kloppen de amandelen, maïzena en
appelpuree erdoor roeren. Eiwitten met suiker heel stijf kloppen.
Meng een ¼ van de eiwitmassa met het basismengsel om dit luchtiger
te maken. Giet het mengsel dan bij de resterende eiwitmassa en schep
alles met een spatel van onder naar boven door elkaar tot het
mengsel vrijwel homogeen is.
12 soufflé vormpjes met boter invetten en met een weinig suiker
bestrooien. Voor ¾ vullen
In midden van voorverwarmde oven van ca 190 °C bakken in 30-40 min.
Maak wat meer soufflés.
Appeltartaar
Schil de appels verwijder de klokhuizen en snijd ze brunoise.
Voeg hier de gehakte stemgember, de gehakte walnoten, de geweekte
rozijnen en de drank aan toe. Meng alles voorzichtig door elkaar.
Druppel er minimaal citroensap over, tegen het verkleuren. Zet tot
gebruik koud weg
|
| Serveren: |
|
Zet soufflébakje in het midden van een bord. Leg de appeltartaar
rondom het bakje, steek 2 muntblaadjes in de soufflé en bestrooi
alles met poedersuiker.
Tip: Snel handelen In verband met het mogelijk inzakken van de
soufflé
|
|