|
|
|
Gerookte sliptong met truffelaardappel, crème van gerookte sprot en
salade van venkel, sinaasappel en olijfolie |
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
9 st gerookte sprotjes
6 el crème fraîche
12 st truffelaardappels
2 st venkelknollen
3 st sinaasappels
12 st sliptongen
4 tl olijfolie (van goede kwaliteit)
zeezout
peper
Extra
1 st rookoven
1 st spuitzak
zaagsel om te roken
|
 |
| Bereiding: |
|
Maak de sprotjes schoon en hak het visvlees fijn. Meng dit met de
crème fraîche en schep het mengsel in een spuitzak met een kleine
spuitmond.
Kook de truffelaardappelen en snij ze daarna in dunne ronde plakjes.
Snijd de venkel ragfijn.
Schil de sinasappels en snijd de partjes los uit de vliesjes.
Doe de slibtongen in de rookoven, verwarm de rookoven en voeg het
mot toe. Zet het oventje, zodra het mot gaat roken, lager. Laat de
sliptongen op laag vuur langzaam gaar worden (ongeveer 20 min).
Spuit de sprotcrème tussen de plakjes truffelaardappel en rangschik
deze dakpansgewijs op elk bord.
Controleer of de sliptong gaar is.
|
| Serveren: |
|
Leg de fijngesneden
rauwe venkel in een bergje op de borden, bestrooi met peper en
zeezout en leg de sinaasappelpartjes er bovenop. Besprenkel de
sinaasappelvenkelsalade met de olijfolie. Leg de sliptong tussen de
aardappeltjes en de salade. |
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
1000 gr champignons, gesneden in plakjes
6 st bollen mozzarella
takjes verse tijm
zeezout en peper
olijfolie (van goede kwaliteit)
2 st stokbrood
|
|
| Bereiding: |
Neem een bakplaat en
spreid daarop de champignons in een enkele laag uit. (eventueel
verdelen over meerdere bakplaten) Sprenkel er wat olijfolie over en
zet 3 minuten onder de grill.
Leg op elk bord een laagje champignons, verdeel de kaas (in plakken
gesneden en uit elkaar getrokken) erover, Leg hierop de tijmblaadjes
en voeg peper en zout naar smaak toe. Besprenkel het geheel met
olijfolie en zet het bord onder de grill.
Grilleer tot de kaas gesmolten en goudbruin is.
|
| Serveren: |
|
Serveer er stokbrood bij. |
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
Vlees:
12 stuks entrecote van ca. 150 gram
150 gr boter
zout en peper
Saus:
3 st sjalotten
3 tl fijn gesneden dragon
100 ml witte wijn (licht zoet)
10 ml witte balsamico
9 st eidooiers
150 gr koude boter in blokjes, ijskoud
zout en peper
Groente
500 gr wilde spinazie
100 gr pijnboompitten
zout
|
|
| Bereiding: |
|
Saus:
De sjalotten pellen en fijnsnipperen. In een steelpan de sjalotten,
de helft van de dragon, de wijn en de balsamico aan de kook brengen.
Laten inkoken tot er circa 100 ml over is. Het vocht zeven.
De eidooiers toevoegen en erdoor kloppen. Het dooiermengsel
au-bain-marie kloppen tot het gebonden is. Daarna een kwart deel van
de klontjes boter erdoor kloppen.
Als de boter helemaal is opgenomen de rest van de boter deel voor
deel erdoor kloppen.
Naar smaak zout en peper toevoegen met de rest van de dragon.
De saus au-bain-marie warm houden, maar beslist niet te heet laten
worden.
Groente:
De spinazie wassen en zonder toevoeging van water aan de kook
brengen. De spinazie omschudden en afgieten.
In de tussentijd de pijnboompitten bruin laten worden in een
tefalpan (gebruik geen boter).
De pijnboompitten door de spinazie roeren en afmaken met wat zout.
Vlees:
De entrecôte in ca 3 minuten aan beide kanten bakken en bestrooien
met peper en zout. Ca. 10 min in folie laten rusten.
|
| Serveren: |
|
Het vlees op de voorverwarmde borden leggen en de saus er omheen
sprenkelen.
De spinazie ernaast flankeren.
|
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
15 gr verse muntblaadjes
1600 gr suiker
750 ml boerenyoghurt
2 st rode bieten, in kleine blokjes
2 st laurierblad
1 st winterpeen, in kleine blokjes
2 st kaneelstokje
5 st truffelaardappels, in kleine blokjes
4 st kruidnagels
400 gr pompoen, in kleine blokjes
2 cm verse gember, geschild en in plakjes
5 stengels bleekselderij, in kleine blokjes
1 st citroen, in plakjes
2 st vanillestokje, inde lengte opengesneden
200 gr zwarte olijven zonder pit
1 st sinaasappel (geraspte schil hiervan)
kadaïfi (te koop bij Marokkaanse of Turkse winkel) of 5 vellen
filodeeg, in ragfijne reepjes gesneden
3 tl tonkabonen, fijngemalen
2 tl sumak (te koop bij Marokkaanse of Turkse winkel)
2 tl gedroogd groen mangopoeder (te koop bij Thaise toko)
|
 |
| Bereiding: |
|
Maal de munt met 100 gr suiker en een beetje van de yoghurt in de
blender fijn.
Meng dit mengsel door de overige yoghurt. Schep het mengsel in de
ijsmachine, draai er ijs van en bewaar het in de vriezer tot
gebruik.
Breng 1500 ml water met 1500 gr suiker aan de kook en roer af en toe
totdat alle suiker is opgelost.
Doe de groente apart van elkaar in een pan. Voeg aan de blokjes rode
biet het laurierblad toe, aan de wortelblokjes de kaneelstokjes, aan
de blokjes truffelaardappel de kruidnagels, aan de pompoen de gember
en aan de bleekselderijblokjes de plakjes citroen en vanillestokjes.
Doe de olijven in een pan met de sinaasappelschil. Verdeel het
suikerwater over de verschillende pannen en breng de mengsels aan de
kook. Kook de groente net gaar; laat de olijven zachtjes trekken.
Verwarm de oven op 180 °C. Trek de kadaïfi een beetje los,
besprenkel met olijfolie (of besprenkel de reepjes filodeeg) en maak
er 12 nestjes van. Leg ze op bakpapier en bak de nestjes 6 à 7 min
in de oven tot ze goudbruin zijn.
Meng de gemalen tonkabonen, sumak en het mangopoeder.
|
| Serveren: |
|
Laat de groente uitlekken en schik ze als een mozaïek op het bord.
Bestrooi met een snufje van het specerijenmengsel. Leg er een
kadaïfinestje op en schep een quenelle ijs in het nestje.
|
|