|
|
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
Bouillon:
1000 g kipvleugeltjes
1 st winterwortel, zonder kern
100 g champignons
1 st ui
1 steel bleekselderij
1 st prei
2 tn knoflook
3 st jeneverbessen
4 st vleestomaten
300 ml rode wijn
Zalm:
350 g gerookte zalm (snippers, plakken of een moot)
Groenten:
1 st prei
1 st winterwortel
¼ st knolselderij
30 g boter
700 g witlof
zout, witte peper
1 bs bieslook
5 tk peterselie
|
 |
| Bereiding: |
|
Bouillon:
Doe de kipvleugeltjes in een koekenpan zonder vet en laat ze op een
matig vuur mooi bruin kleuren. Keer ze een paar keer. Snijd intussen
de winterwortel, champignons, ui, bleekselderij en de prei klein en
laat dit in de braadslee ca. 3 min zweten, zonder te laten kleuren.
Doe dan alles over in een (snelkook)pan en voeg 3000 ml water toe.
Breng het geheel, zonder deksel, aan de kook en schuim het
zorgvuldig af. Voeg dan de knoflook, jeneverbessen, het in blokjes
gesneden vruchtvlees van de vleestomaten en de rode wijn toe. Sluit
het deksel en laat het ca 60 min trekken. Zeef de bouillon en kook
ze tot 2500 ml in.
Zalm:
Snijdt de gerookte zalm in partjes van 3 cm lengte en zet ze apart.
Groenten:
Verwijder het groen van de prei. Maak de winterwortel schoon en
verwijder de kern. Maak de knolselderij schoon. Snijd de prei,
wortel en knolselderij in kleine stukjes. Smelt de boter in een hoge
pan en laat de blokjes groenten hierin, al roerend, zweten zonder ze
te laten kleuren. Maak de witlof schoon, verwijder de kern en de
bittere uiteinden en snijd de witlof in repen. Voeg deze repen bij
de groenten en bak alles nog eens 2 min, al roerend, op een hoog
vuur. Voeg dan de bouillon toe, breng het aan de kook en laat het
geheel ca 15 min trekken. Zeef en pureer de groenten zodra ze gaar
zijn, doe ze terug in de soep en breng op smaak met zout en witte
peper.
|
| Serveren: |
|
Hak de peterselie en de bieslook fijn. Warm de stukjes zalm even op
en maak van deze stukjes een heuveltje of wigwam in het midden van
de hete soepborden. Schenk de soep rondom de vis. Strooi wat
fijngehakte kruiden over de soep en op de, boven de soep
uitstekende, zalm. |
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
6 st kreeften (levend, klein fomaat)
1 ½ tl zout
1 tl versgemalen zwarte peper
140 g roomboter
9 el calvados
9 el noilly prat (droge vermout)
150 ml crème fraîche
9 st eierdooiers
6 tl dragon (verse fijngehakte)
4 st citroen
cayennepeper snufje
paprikapoeder snufje
1 st casino brood
150 g boter
|
|
| Bereiding: |
Vul een grote pan voor ¾
met water en breng aan de kook op een hoog vuur. Laat de leven¬de
kreeften met de kop eerst in het water zakken en laat ze 2 min
koken. Neem ze met een tang uit het water en leg ze op een
werk¬vlak. Laat ze iets afkoelen. Snij ze met een scherp mes in de
lengte doormidden en haal de twee delen uit elkaar. Verwijder het
zakje in de kop en het kleine darmkanaal dat langs het midden van
het staartvlees loopt. Schep met een kleine lepel de geelgroene
kreeftenlever en eventueel de roodzwarte kuit uit de helften en doe
beide in een kom. Breek de schaal van de scharen met een houten
hamer of notenkraker zonder het vlees te beschadigen.
Bestrooi de kreefthelften met zout en zwarte peper. Verhit de boter
in een grote koekenpan op een middelhoog vuur. Doe er wanneer de
boter schuimt, de halve kreeften met de schaalkant naar onderen,
erin en bak ze circa 2 min, waarbij u de schaal kantelt zodat die
volledig gebakken wordt. Draai de helften om en bak ze nog 2 min met
de vleeskant onder, waar¬bij u ze heen en weer in de pan beweegt.
Voeg de calvados toe, steek die aan met een lange lucifer om de
alcohol te laten vervliegen en laat de vlammen dan vanzelf doven.
Voeg de vermout toe en draai het vuur hoog. Laat circa l min koken
tot het vocht tot de helft ingekookt is. Draai het vuur matig, schep
er de crème fraiche door en laat nog 2 tot 3 min sudderen tot het
kreeftenvlees gaar is en van de schaal loslaat wanneer u het met een
vork optilt. De saus moet nu mooi dik zijn.
Doe intussen de dooiers en dragon in de kom met de lever en
eventuele kuit en klop goed. Neem de kreefthelften met een tang beet
en houd ze even boven de koekenpan zodat de saus eraf druipt. Schik
ze op de borden. Draai het vuur laag en klop vervolgens het
dooiermengsel door de saus in de pan. Klop tot de saus dik wordt,
maar laat de saus maar l of 2 min sudderen. Schep er de cayennepeper
en het paprika¬poeder door.
|
| Serveren: |
Lepel de saus over de kreefthelften en dien onmiddellijk op.
Garneer met 3 schijfjes citroen.
Zet er op een apart bordje wat driehoekjes geroosterd brood met
boter bij
|
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
|
Madeirasaus:
1 st wortel (klein)
1 st ui (middelgroot)
100 g boter
45 g bloem
200 ml witte wijn (droge)
1000 ml kalfsbouillon
2 el tomatenpuree
3 tk peterselie
3 tk tijm
2 blad laurier
250 g champignons,
l00 ml madeira
zout
peper
Runderlende:
1200 g runderlende (dik stuk met vetlaag)
150 g boter
zout
1 st wortel (middelgroot)
l st ui
100 ml kalfsbouillon
100 ml madeira
3 tk peterselie
aluminiumfolie
Garnituur:
250 g worteltjes
500 g meiknolletjes
Pommes Parisiennes:
1 kg aardappelen (groot)
zout
50 g boter
|
 |
| Bereiding: |
|
Madeirasaus:
De wortel en ui fijnhakken, zachtjes stoven met een flinke klont
boter in een pan die groot genoeg is om de saus te bevatten, daarna
lichtbruin bakken en de bloem toevoegen. Goed door elkaar roeren en
daarna zacht¬jes laten koken, onder voortdurend roeren, totdat het
geheel lichtbruin van kleur is geworden, af laten koelen en er een
saus van maken met enigszins warme witte wijn, die er met scheutjes
wordt bijgegoten en daarna met 900 ml warme kalfsbouillon.
Voeg ook de tomatenpuree, gehakte peterselie, tijm en laurier toe.
Aan de kook brengen, al roerend met een garde, teneinde klontjes te
ver¬mijden. 45 min heel zacht laten pruttelen
Voeg er de schoongemaakte en fijngehakte champignons aan toe.
Verwijder van tijd tot tijd het vlies en het vet, die zich tijdens
het koken vor¬men. Na 45 min zachtjes te hebben gekookt wordt de
saus door een fijne zeef gewreven
Dan de gezeefde saus langzaam weer aan de kook brengen en verder
ontdoen van onzuiverheden, dit wordt bevorderd door van tijd tot
tijd een of twee eetlepels warme bouillon bij de saus te gieten
(30min)
Runderlende:
Verwarm de oven voor op 250˚C.
Leg onder in een braadpan de in plakken gesneden wortel en ui. Leg
hierop het stuk vlees met de vetkant naar boven en aan alle kanten
bestrooid met zout. Begiet het vlees met gesmolten boter en zet de
braadslee in de voorverwarmde oven. Temper de warmte direct naar
200˚C. Bedruip het vlees om de 5 min met braadvocht. Let op dat het
vlees aan de bovenzijde en de kruiderij onder in de braadpan niet te
donker wordt. Anders de braadpan afdekken met aluminiumfolie of een
deksel.
Het vlees is goed bij een kerntemperatuur van 55˚ C. De lende wordt
op een braadschotel gelegd en warm gehouden om te kun¬nen rusten,
als tweede fase van het braden.
Braadjus:
Giet in de braadschotel of pan die is gebruikt voor het braden van
het vlees, een waterglas kalfsbouillon, 5 min zachtjes laten koken,
daarna door een fijne zeef gieten en warm houden.
Maak de champignons schoon. Bewaar enkele mooie koppen voor het
garnituur van het stuk vlees en snijd de rest in stukken.
Verwarm het restant boter in een koekenpan, die groot genoeg is om
later ook nog alle saus te bevatten. Als de goed verwarmde boter
lichtblond is geworden, legt u op een hoog vuur de champignons erin;
roeren tot ze enigszins opgebakken zijn.
Van het vuur halen en er, zo nodig door een zeef, de klaargemaakte
saus bij gieten; aan de kook brengen en zo 5 min laten sudderen;
opnieuw van het vuur nemen, kruiden naar smaak en zonder koken warm
houden tot het moment van opdienen.
Op dat moment voegt u de madeira en de braadjus van het vlees erbij;
de saus mag nu niet meer koken. De hoeveelheid madeirasaus moet tot
ongeveer 500 ml ingekookt zijn.
Pommes Parisiennes:
Schil de aardappelen. Steek (diep) met een aardappelboor bolletjes
uit de aardappelen. Zorg dat ze geheel rond zijn. Laat de bolletjes
enige tijd in een pan met water en zout staan. Kook de bolletjes
halfgaar. Giet af, afkoelen met koud water en laat goed uitlekken.
Verhit de boter in een koekenpan en bak de Pommes Parisiennes
goudbruin en gaar.
Garnituur:
Maak de worteltjes schoon en tourneer ze en kook beetgaar.
Schil de meiknolletjes, steek er bolletjes uit, kook ze beetgaar en
spoel met koud water af. Glaceer ze voor het opdienen met wat boter
en beetje honing.
|
| Serveren: |
|
Trancheer de lende en verdeel over de borden. Schenk er madeirasaus
half overheen, serveer het restant apart. Garneer met de Pommes
Parisiennes en de groenten.
|
|
|
 |
| Ingrediënten
voor 12 personen: |
Baba’s:
4 el lauwwarme melk
3 tl gedroogde gist (of een zakje snelwerkende gist van 10 g)
325 g bloem, gezeefd, plus extra om te bestrooien
2 el kristalsuiker
snufje zout
4 st eieren, losgeklopt
120 g zachte boter
boter om in te vetten
12 st flexipanvormpjes
Gedroogde ananas:
12 plakken ananas (dunne +/- ½ ananas)
Suikerstroop:
100 ml suiker
100 ml water
Kokosijs:
300 ml melk
150 ml kokosmelk
150 g geraspte kokos
225 ml room
130 g suiker
7 st eidooiers
Siroop:
425 g fijne kristalsuiker
400 ml water
350 ml rum
Ananassaus:
1 st ananas (rijpe geschild, schoongemaakt en in stukjes verdeeld)
300 ml kokosmelk
3 tl maïzena
poedersuiker
Gekarameliseerde ananas:
1 ½ st ananas middelgrote
20 g boter
5 el kristalsuiker
|
|
| Bereiding: |
|
Baba’s:
Giet de melk in een kom. Strooi de gist erover en laat die in een
paar min oplossen. Zeef de bloem met de suiker en het zout in een
grote kom. Roer het gistmengsel erdoor. Voeg de eieren toe en kneed
of mix alles in een paar min tot een samen¬hangend deeg. Beleg het
deeg met de in vlokjes verdeel¬de boter, dek de kom af met een
vochtige theedoek en laat het deeg op een warme plaats 45 min
rijzen.
Bestrijk de flexipanvormpjes goed met boter en laat die in de
koelkast opstijven. Be¬strijk ze daarna nogmaals goed met boter.
Verwarm de oven voor op 200 °C.
Aan het eind van de rijstijd is de boter in het deeg gezakt. Kneed
het weer door tot een glad mengsel. Het heeft nu een elastische
textuur. Verdeel het deeg met een lepel in 12 gelijke porties. Rol
er met bebloemde handen balle¬tjes van en doe ze in de vormpjes.
Laat ze onafgedekt op een warme plaats nog 15-20 min rijzen. Bak de
baba's in 10-15 min in de oven goudbruin. Neem ze uit de oven en
laat ze nog 10 min rusten in de flexipanvorm. Daarna op een rooster
verder afkoelen. Baba’s worden meestal 24-48 uur van te voren
bereid. Dus een verder drogingproces in een oven op 50 °C gedurende
60 min is aan te bevelen.
Gedroogde ananas:
Haal de ananasplakken door de suikerstroop en leg ze op vetvrij
papier. Droog de plakken in een oven van 80 °C. Leg de plakken op
een rooster en laat ze afkoelen.
Kokosijs:
Breng de melk, kokosmelk en geraspte kokos aan de kook, laat dit 15
min van de kook aftrek¬ken en zeef de vloeistof. Meng 500 ml van
deze kokosmelk met de room, suiker en eidooier. Kook de compositie
al roerend tot 82 °C, laat de compo¬sitie afkoelen en draai er ijs
van in de ijsmachine.
Suikersiroop:
Breng de water en suiker aan de kook. Laat koken tot de suiker is
opgelost. Voeg de rum toe en zet apart.
Ananassaus:
Pureer de ananas in de foodprocessor. Schep de puree met de
kokosmelk en de maïzena in een steelpannetje. Breng de saus al
roerend aan de kook. Neem de pan van het vuur en giet de saus door
een fijne zeef voor een glad eindresultaat. Breng hem eventueel met
wat poedersuiker verder op smaak. De saus kan zowel warm als koud
worden geserveerd.
Baba’s vervolg:
Week voor de ananas wordt bereid de baba’s minstens 20 min in de
hete suikersiroop, zodat ze voldoende tijd hebben om hem te
absorberen en zacht te worden. Keer ze in die tijd af en toe om
zodat ze de siroop gelijkmatig op kunnen nemen. De broodjes kunnen
kort voor het serveren horizontaal worden doorgesneden zodat de
siroop tot het midden kan doordringen
Gekaramelliseerde ananas:
Snijd de boven - en de onderkant van de ananas en verwijder de
schil. Snijd de ananassen in de lengte in vieren en halveer de
kwarten van de hele ananas. Verhit de boter of de olie in een grote
koekenpan op halfhoog vuur. Leg er de stukken ananas in en bak ze
5-6 min aan elke kant. Bestrooi ze met de suiker en draai het vuur
wat hoger zodat de suiker kan karamelliseren. Keer de stukken om.
Voeg 2 el water toe om de karamel van de panbodem los te maken. Laat
ze nog een paar min bakken en bestrijk de ananas met de karamel.
|
| Serveren: |
|
Maak een spiegel van ananassaus in het midden van een groot bord.Aan
de ene zijde de warme geweekte rum baba’s en een stuk
gekaramelliseerde ananas, bedruppeld met het restant van de karamel.
Aan de andere zijde een schijf gedroogde ananas met daarop een bol
kokosijs. Het restant van de rum - suikersiroop apart serveren.
|
|